
Voor overgangen kun je de tijd instellen op dezelfde manier als bij scènes. Een knop stelt je in staat om de tijd voor alle overgangen in de film op deze waarde te zetten.
De 'Easing'-selector laat je het animatiescenario voor overgangen kiezen. Terwijl de overgang van begin tot eind verloopt, past deze waarde de snelheid aan, waardoor de overgang vloeiender of dynamischer wordt.
Voor grafische overgangen (dus niet de basisovergangen zoals bewegingen, zooms of veegbewegingen) kun je het beeld fragmenteren en de rand op een specifieke manier weergeven.
Het bloktype laat je de stijl van de rand bepalen, zoals eenvoudig, vervaagd, zwarte lijn of gemengd.
Blokgrootte bepaalt de precisie van de scheiding.
Blokvervaging verzacht deze scheiding; het uitschakelen hiervan resulteert in gepixeleerde overgangen.
Het omkeren van de animatie speelt deze achteruit, waardoor de beschikbare opties verdubbelen.
Het roteren van het patroon laat je de textuur met 90° draaien, waardoor de richting van de animatie verandert.
'Dubbel' voegt een extra stap toe aan de overgang. Bijvoorbeeld, als je rood als kleur kiest en 'dubbel' aanvinkt, gaat de overgang van de eerste afbeelding naar rood, en speelt daarna direct opnieuw om van rood naar de tweede afbeelding te gaan.
'Driedubbel' voegt een extra stap toe met een andere kleur.
Een knop 'Gebruik deze overgang in de hele film' laat je deze overgang op de gehele film toepassen.